En Van den Brink bracht voort… (recensie)

In zijn nieuwe boek probeert Gijsbert van den Brink de evolutietheorie rijmen met het christelijk geloof. Die poging is natuurlijk gedoemd te falen.

BrinkDe titel van het boek zegt al wat er gaat gebeuren: Bijbelteksten worden uit hun context gerukt om de evolutietheorie te accommoderen. De aarde bracht voort (Genesis 1:12, 24)… Daar zit toch een vorm van evolutie in opgesloten?
Zonder onszelf te verliezen in een woordstudie van het Hebreeuws: nee. Het Hebreeuwse woord yatsa’ (יָצָא) betekent ‘naar buiten komen, tevoorschijn komen, uitgaan, vertrekken’. En hoewel yatsa’ maar tweemaal in Genesis 1 staat, staat daar tien keer ‘naar zijn/haar soort’ (‘aard’ in de Statenvertaling). In elk vers met yatsa’ staat twee keer min (מִין), soort. Dat woord alleen al sluit evolutie uit: alles brengt alleen maar voort ‘naar zijn soort’. Er is dus geen verandering van de ene ‘aard’ in de andere.

20031117Zuivere intenties
In zijn boek schetst Van den Brink redelijk goed het probleem waar het om draait. Er zijn (in zijn ogen schijnbaar) onverenigbare tegenstrijdigheden tussen de evolutietheorie en de Bijbel. Zijn intenties zijn zuiver. Hij wil christenen die met hun geloof in de knoop komen doordat ze over evolutie horen een oplossing aanreiken, net als Cees Dekker  met Topnerd Tycho beoogde. De aanpak is echter helemaal verkeerd. Door de evolutietheorie serieus te nemen kom je in grote problemen met de Bijbel, zoals ook blijkt uit het boek.

Bijbel ondergeschikt
Bewust of onbewust stelt Van den Brink de Bijbel onder de wetenschap, als het gaat om de schepping althans. Want over de kern van het christelijk geloof zegt hij:

[Jezus Christus bleef] ook tijdens zijn incarnatie ‘volkomen en waarachtig God’. Het christelijk geloof draait van begin tot eind om deze persoon van Jezus Christus aan wie het zijn naam ontleend.
(p. 21)

Amen! Jezus is dus volgens Van den Brink God Zelf, Die naar de aarde kwam. Maarre… dat kan toch niet, volgens de wetenschap? God kan niet naar de aarde komen, dat is niet wetenschappelijk. Mensen kunnen niet uit de dood opstaan, of over water lopen. Dat is allemaal even onwetenschappelijk als een zesdaagse schepping. En als Jezus echt ‘volkomen en waarachtig God’ is, waarom zou je Hem dan niet geloven als Hij spreekt over de schepping?
Van den Brink is dus nogal selectief als het op het volgen van de wetenschap aankomt. Wees dan consistent en volg de wetenschap in alles… Of nog beter – stel de Bijbel waar hij hoort: boven de wetenschap.

561px-Horses_2
Wat creationistische literatuur betreft heeft Van den Brink oogkleppen op. Afb. Steve, Wikimedia Commons.

Onbevangen bronnen?
Meerdere keren schrijft Van den Brink dat hij ‘zo onbevangen mogelijk’ naar de evolutietheorie wil kijken. Een mens kan niet onbevangen zijn. Elk mens heeft zijn eigen vooronderstellingen. Van een onbevangen kijk is geen sprake. En dat blijkt ook wel uit de bronnen die Van den Brink raadpleegt. De meeste werken die hij citeert over de kwestie schepping/evolutie zijn van theïstisch evolutionisten uit het ForumC-kamp, zoals Cees Dekker, Ab Flipse en René Fransen. Zijn mening over creationisten baseert Van den Brink schijnbaar voornamelijk op twee bronnen: 40 questions, waarin een creationist en een theïstisch evolutionist met elkaar in gesprek gaan, en The Creationists van (evolutionist!) Ronald Numbers. Een sprekend voorbeeld is noot 14 van hoofdstuk 4 (p. 115):

Zie voor korte beschrijvingen van de hiaattheorie en andere varianten van het creationisme René Franssen, Gevormd uit sterrenstof.

Van den Brink citeert gee creationistisch werk jonger dan 20 jaar, met uitzondering van Coming to grips with Genesis dat hij laat buikspreken.

Het boek der natuur
In zijn boek beschrijft Van den Brink regelmatig hoe theologen in de afgelopen 150 jaar tegen de evolutietheorie aankeken. Persoonlijk vind ik de mening van dode theologen ondergeschikt aan wat de levende God zegt.
Hierbij behandelt Van den Brink uiteraard ook artikel 2 van de Nederlandse geloofsbelijdenis, waarin staat dat we God kunnen kennen door de natuur (gebaseerd op Romeinen 1:20), maar nog meer door de Bijbel. Terecht stelt Van den Brink:

Het blijkt dus dat we in het hart van de christelijk-theologische traditie een positieve houding aantreffen tegenover de natuurlijke werkelijkheid en de bestudering daarvan – en in het verlengde hiervan tegenover wetenschappelijk onderzoek.
(p. 80, nadruk in origineel)

Het ‘boek van de natuur’, om die frase maar te blijven gebruiken, kan ons veel over God leren. Maar dat boek moet wel gelezen worden, net als de Bijbel. Van den Brink laat zich klaarblijkelijk niet de Bijbel voorlezen door (atheïstische!) wetenschappers als het over Jezus gaat. Waarom laat hij zich dan wel het boek van de natuur voorlezen door atheïsten?

Valse analogie
En de aarde bracht voort staat vol valse analogieën: vergelijkingen die niet opgaan. Zo doet Van den Brink alsof de kwestie schepping of evolutie van gelijk niveau is als de vraag rondom het geocentrisch wereldbeeld. De Bijbel leert niet dat de zon om de aarde draait, dat dacht men omdat de filosofieën van Aristoteles werden toegevoegd aan de kerkelijke leer.
Daarbij, de teksten die je als zodanig kunt interpreteren komen uit de poëtische boeken. Genesis is proza. Dat is dus appels met peren vergelijken. Een theoloog van formaat als Van den Brink zou beter moeten weten.

Twee waarheden
Van den Brink pleit ervoor de wetenschappelijke ‘waarheid’ van evolutie los te zien van de Bijbelse waarheid: de Bijbel vertelt over het waarom van de schepping, en de wetenschap mag het ‘hoe’ uitzoeken. Hiermee wordt de Bijbel gereduceerd tot een boek dat losstaat van de realiteit. Maar is dat wel terecht? Jezus zegt immers in Johannes 3:12:

Als Ik aardse dingen tegen u zei en u niet gelooft, hoe zult u geloven als Ik hemelse dingen tegen u zeg?

Als we de Bijbel niet meer kunnen vertrouwen over aardse zaken als de schepping, waarom dan wel over hemelse zaken als verlossing en eeuwig leven?

Heldere problemen, wazige antwoorden
De kern van het boek behandelt de problemen die opkomen bij het mengen van Bijbel en evolutionisme. Van den Brink besteedt veel woorden om weinig nieuws te zeggen. De antwoorden die hij geeft zijn veelzeggend.

Hoe kan een goede God toestaan dat er miljoenen jaren van lijden en zijn geweest? (H. 5)
Van den Brink (geparafraseerd) (hierna VdB): Omdat ‘goed’ in Genesis 1 niet ‘goed’ betekent, maar ‘geschikt’ (‘goed genoeg’). Lijden past dus bij die ‘goede schepping’.
WaaromSchepping’s reactie (hierna WS): Wat hierbij opvalt is dat Van den Brink naar Genesis 1 kijkt door de bril van een reeds gevallen wereld. Dat geeft een vertekend beeld.

Is de geëvolueerde mens ‘naar Gods beeld’? (H. 6)705px-Young_male_chimp
VdB: Vanwege zaken als kunst en religie zijn mensen ‘unieker’ dan dieren, maar dat zou je niet concluderen op basis van biologie.

WS: Van den Brink voegt hierbij geestelijke eigenschappen toe aan de evolutietheorie. Evolutie kan het ontstaan van dit soort eigenschappen niet verklaren. Daar is God voor nodig. Maar waarom dan niet gewoon volgen wat God Zelf zegt?

Hoe zit het met Adam, de zondeval, erfzonde en verlossing? (H. 7)
VdB: ‘Adam en Eva’ waren een groep van ongeveer 10.000 mensen die zo’n 45.000 jaar geleden Gods beeld ontvingen en voor Hem konden leven, maar het niet deden.
WS: Terecht merkt Van den Brink op dat de zondeval een essentieel onderdeel is van de heilsgeschiedenis. Maar die zondeval interpreteert hij heel losjes. Het was niet bij Adam en Eva, zoals de Bijbel leert. De evolutietheorie laat echter geen ruimte voor Goddelijk ingrijpen. Er zit geen verschil tussen Van den Brinks vermeende mensengroep en hun voorouders. Hij vergelijkt het met het uitkiezen van Abram en Saraï in Genesis 12. Maar waarom staat het dan zo omslachtig in de Bijbel? Het uitkiezen van ‘Adam’ had net zo goed op een soortgelijke manier opgeschreven kunnen worden in Genesis 1-3. Van den Brink moet de gangbare lezing van de Bijbel verdraaien en verkrachten om bij zijn theïstisch evolutionisme uit te komen.

Hoe zit het met evolutionair ‘toeval’ en Gods voorzienigheid? (H. 8)
VdB: Toeval vind je vooral op de kleine schaal, maar het overkoepelende proces wordt door God geleid. Convergente evolutie duidt daar ook op.
WS: Natuurlijke selectie is niet perse anti-Bijbels. Die selectie is er. Maar natuurlijke selectie leidt niet tot nieuwe eigenschappen, ze kan alleen maar selecteren wat er al was. De nieuwe eigenschappen zouden voortkomen uit tal van mutaties. Dat deze meestal destructief zijn (genen kapotmaken, niet nieuwe genen maken) heeft Van den Brink blijkbaar niet ingezien.
Tree_of_life_by_Haeckel.jpg

En dan doet hij iets leuks: hij pakt een evolutionair probleem bij de haren en schrijft dat toe aan God. Evolutionisten geloven namelijk dat alle organismen netjes gegroepeerd kunnen worden in een ‘levensboom’. Maar soms ontstaan eigenschappen in die levensboom meerdere malen, onafhankelijk van elkaar (zoals echolocatie bij dolfijnen en vleermuizen, of de snavel bij vogels, papegaaivissen en de Gigantoraptor). Dan spreken evolutionisten van ‘convergentie’. Van den Brink schrijft dat toe aan Gods voorzienigheid.
Het gevaar hierbij is dat wanneer evolutionisten met een andere theorie komen dan convergentie, Van den Brink zich hierbij ineens niet meer op God kan beroepen. Van den Brink gebruikt hier feitelijk een god-van-de-gaten, iets wat hij eerder sterk veroordeelt (p. 59).

Is evolutie verenigbaar met moraliteit en waar komt religie vandaan? (H. 9)
VdB: Je moet de gevolgen van sociaal darwinisme, inclusief de holocaust, los zien van de evolutietheorie. De oorsprong van religie heeft geen goede evolutionaire verklaring. Wetenschap kan nooit bewijzen dat God niet bestaat.
WS: Zonder evolutietheorie geen sociaal darwinisme. Als je mensen maar vaak genoeg vertelt dat ze een uit de boom gevallen aap zijn, gaan ze zich ook zo gedragen. De acceptatie van evolutie heeft daar een direct verband mee. Terecht stelt Van den Brink dat wetenschap z’n beperkingen heeft en God niet kan wegverklaren. Van den Brink schrijft dat God heeft zich door de geschiedenis heen aan mensen geopenbaard. Daarvoor doet hij een beroep op de Bijbel. Hier zien we weer de twee gezichten om de hoek kijken: aan de ene kant het geloof in de Bijbel, aan de andere kant het geloof in evolutie.

Wat bij al deze hoofdstukken opvalt is een frase als dat ‘een christen hier zich geen zorgen over hoeft te maken’ over evolutie. Zo van: accepteer het maar. Alles komt goed. Je zult je geloof niet verliezen. De praktijk wijst anders uit.

Aan de vruchten herkent men de boomdownload (1)
De titel van deze recensie is meer dan een zinspeling op ‘En de aarde bracht voort‘. Het is tegelijk een test. Welke vruchten zal dit boek afwerpen? Ik verwacht dat Van den Brink zal bereiken wat hij betoogt: dat veel christenen die hem als persoon hoog achten de evolutietheorie gaan omarmen, ‘omdat Van den Brink zegt dat het geen probleem is voor mijn geloof’. 
Wat hij echter gratis en voor niets, maar tegen een ontiegelijk hoge prijs, erbij zal krijgen, is dat hiermee voor deze orthodoxe christenen de eerste stap naar ongeloof is gezet. Want als je God niet meer kunt vertrouwen op bepaalde delen van Zijn Woord, waarom zou je de rest dan nog wel kunnen vertrouwen? Dit boek zal bittere vruchten afwerpen.

Advertenties

11 thoughts on “En Van den Brink bracht voort… (recensie)

  1. Gelukkig zijn er ook nog heel veel theologen (ook dode) die Gods woord wel nemen voor wat het is, mooi en en duidelijk. Jammer dat deze theologen niet vaak aan bod komen.
    Ik heb geleerd dat als je allerlei omwegen moet creeren om de Bijbel te begrijpen, je waarschijnlijk op een dwaalspoor zit.

    Liked by 1 persoon

  2. L.S.,

    Niemand, ook een wetenschapper, kan met zekerheid zeggen wat er over 1 minuut zal gebeuren.

    Wetenschappers pretenderen dat ze weten wat miljoenen jaren geleden plaatsvond.

    Onze kennis is beperkt.
    Wetenschappers werken met waarschijnlijkheden, kansberekeningen.
    Maar in de kern is de waarschijnlijkheidstheorie een methode van niet zeker weten.

    Moet de keuze gemaakt worden tussen Gods Woord of de wetenschap, dan weet ik het wel.
    God schiep Adam en Eva!

    Like

  3. Geef één reden waarom jullie perspectief de juiste is voordat je de vooronderstellingen van anderen bekritiseerd. Hoe kan het zijn dat jullie interpretatie van de bijbel waar is?

    Like

    1. Beste Rien,

      Het is zoals Jurgen het zegt, zodra je omwegen gaat bedenken gaat het mis. Zoals bijvoorbeeld Jezus refereert Math. 19:4. Dit zou dan inhouden dat Jezus liegt, en dat zou weer inhouden dat Jezus niet zonder zonden is. En dit houd weer in dat hij niet het Lam zou kunnen zijn.

      Like

  4. Je recensie bevat vrij veel inconsistenties en drogredenen. Tegelijk komen bepaalde elementen arrogant over en getuigt het van weinig respect tegenover de ander. Juist dat laatste was volgens mij altijd een kenmerk van de christenen. Een open houding, respect en liefde zijn en blijven hun kenmerk. Dat zou Jezus tenminst gezegd hebben: ‘Hieraan ziet de wereld dat jullie bij Mij horen, als jullie elkaar liefhebben.’ Een vrij bezwaarlijk punt zijn de uitspraken waar je jou mening gelijk stelt aan God. Datzelfde zie ik ook terug in onderstaande reacties. Godsdienstwaanzin? Of denk je werkelijk dat als je voor God moet verschijnen, je dan voor jezelf verschijnt?

    Laat ik eens een willekeurig punt noemen uit je beschrijving. Je merkt op: ‘De Bijbel leert niet dat de zon om de aarde draait, dat dacht men omdat de filosofieën van Aristoteles werden toegevoegd aan de kerkelijke leer.
    Daarbij, de teksten die je als zodanig kunt interpreteren komen uit de poëtische boeken. Genesis is proza. Dat is dus appels met peren vergelijken. Een theoloog van formaat als Van den Brink zou beter moeten weten.’

    Dus, volgens jou is het boek Jozua, waarin staat dat de zon stil staat poëzie. Van den Brink zou dat moeten weten. Maar help mij eens. Hoe weet jij dat Jozua poëzie is? En hoe weet je eigenlijk dat Genesis 1-2 proza is? Staat dat in de brontekst van de Bijbel? Ik kom die aanduidingen niet tegen in de Hebreeuwse tekst. Wel kiest een lay-outer er voor om bijbelteksten in één of twee kolommen te zetten, maar waarop is zijn keuze dan gebaseerd? In elk geval ken ik geen bijbelwetenschapper die de context rondom ‘zon sta stil’ in Jozua als poëzie duidt.
    Maar stel dat het nu toch eens poëzie zou zijn (je kunt je beroepen op de Hebreeuwse syntax), wat betekent dat dan? Mag je daar bijvoorbeeld geen conclusies uit poëtische teksten trekken? Als dat zo is, hoe is het dan mogelijk dat een groot deel van het NT het verlossingswerk van Christus op poëtische teksten baseert. Ik denk bijvoorbeeld aan de vele verwijzingen naar de Psalmen in de Romeinenbrief. Moeten we Paulus dan vermanen, omdat hij als ‘theoloog van formaat’ beter moet weten?

    Op soortgelijke manier rammelt je stuk meerdere keren. Sommige delen zijn uiteraard netjes en goed doordacht, je noemt dan terecht zwakke punten bij GvB. Het is echter de negatieve ondertoon en ongezonde polemiek die uit je stuk moeten, mocht je natuurlijk willen dat je schrijven ook getuigt van Christus’ karakter.

    Like

    1. Hoi Antoine,

      Dank voor je reactie. Je haalt een terecht punt aan: respect. Wanneer heb ik respect voor iemand? Als ik hem erop wijs dat hij op het verkeerde pad zit, of als ik hem op dat pad laat doorjakkeren? Liefhebben betekent niet dat ik mijn broeder (want dat is Van den Brink nog steeds) zomaar op zijn dwaalspoor laat zitten, en al zeker niet dat hij andere mensen daarmee van het geloof weghoudt.

      De tekst in Jozua die je aanhaalt is inderdaad een poëtisch stuk. In o.a. de NBV is dat weergegeven met inspringing. Hebreeuwse poëzie herken je aan het parallellisme: herhaling van woordgroepen, zoals ‘zon sta stil in Gibeon’ parallel staat aan ‘en maan in het dal van Ajalon’.
      Hebreeuwse proza herken je aan het gebruik van de waw-consecutivum. Vaak vertaald met ‘en (onderwerp) (werkwoord)’. Dus ja, dat blijkt uit de Hebreeuwse grondtekst.
      Dat je geen Bijbelwetenschapper kent die de context van Jozua als poëzie duidt kan kloppen, dit is één poëtische uitspraak in een anderzijds prozaïsch boek (net als de uitspraak ‘been van mijn been’ van Adam). Dat de zon stil staat is gewoon dagelijks taalgebruik vanuit aards perspectief. Wij spreken ook nog steeds van zonsopkomst en zonsondergang, al wordt hier in het westen al eeuwenlang een heliocentrisch wereldbeeld gebezigd.
      Dat je poëtische teksten niet per se letterlijk moet interpreteren wil niet zeggen dat ze geen waarheid kunnen bevatten. De context maakt dat vaak duidelijk, en anders zijn er andere Bijbelteksten (Schrift met Schrift vergelijken, het NT legt het OT uit).

      Wat die negatieve ondertoon betreft: die blijft lekker zitten. Dit boek stemt mij zeer negatief. Ik denk persoonlijk dat Jezus Zelf hardere woorden zou gebruiken dan ik hier doe, als ik zie hoe Hij de Farizeeën behandelde.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s